Maandelijks archief: maart 2010

Broken wing

Het begon met een lichte pijn in haar rug. En daar was een logische verklaring voor: in al die sneeuw en kou ging ze vanzelf verkrampt lopen. Maar langzamerhand werd het steeds erger. Tot mijn moeder huilend bij me aan tafel zat. Ze wist het niet meer. Drie zusters van haar hadden het afgelopen jaar ernstige aandoeningen gekregen, varierend van diabetes, kanker tot ALS. Waarom zou zij gespaard blijven? Er volgde onderzoek na onzerzoek: longen, hart, mammogram." Nee mevrouw, er is niets aan de hand. Fijn, he?" Nee dus. Want als je vreselijke pijn hebt maar er niets gevonden wordt, word je alleen maar wanhopig. Je voelt je een hypochonder, want er is toch niets? De pijn bleef en werd alsmaar erger. Een snijdende pijn van achter op de rug tot aan de voorkant. Pijnstillers, morfine pleisters. Ze kon haar bed inmiddels haast niet meer uitkomen. Een snijdende pijn van achter op de rug tot aan de voorkant.

Ruim twee maanden later zijn we er achter: een fractuur in haar ruggenwervel die waarschijnlijk nog even erger is geworden door een hardhandige chiropractor, Akelig, maar misschien ook gelukkig, want daardoor weten we eindelijk wat er aan de hand is.

En nu ligt ze, met gipskorset en al, in het revalidatiecentrum, waar ze waarschijnlijk ene maandje of drie moet blijven. De pijn is nog steeds niet te doen maar nu zijn er tenminste mensen die de hele dag op haar letten. Thuis ging het niet meer.

Ik kan niet meer doen dan bij haar langs gaan, haar verhaal aanhoren, troosten en moed inpraten. Vooral dat laatste. Want ze begint ze moed een beetje te verliezen nu het nog steeds niet beter gaat. En om haar hand vast te houden. Want omhelzen lukt niet met die rug.

Klamme handen op de kermis

Dsc_1766_2Dat gedrocht hiernaast. Da’s een zweefmolen. Van z-e-s-t-i-g meter hoog. Around The World heet het ding. En ik zat erin. Het klamme zweet in de handen. Mijn camera vastgeklemd. Eigenlijk durfde ik niet. Het angstzweet brak me al uit bij het zien van die hoogte. Maar Erwin en de jongens gingen er ook in. En hij ging niet hard, zeiden ze. Alleen maar hoog. 

En inderdaad: het uitzicht was prachtig, toen ik eenmaal om me heen durfde te kijken. Want zestig meter is HOOG. Het reuzenrad, toch een naam die een belofte inhoud, leek uit Madurodam te komen.

Na deze bezoeking mocht ik even bijkomen met een biertje in Pacific Park terwijl Q&L hun kermisgeld weggooiden in de Booster en de ballentent. Alwaar ze zoveel punten scoorden dat ze een hele arm vol kermiswaar mee konden nemen. Met als hoogtepunt een piemel. Waarvan zij bezworen dat ze toch echt dachten dat het het beestje uit Worms was. Natuurlijk.

Dsc_1773Dsc_1842 Dsc_1825
Dsc_1831Worms_3

Kanteuren

Heeft u dat ook wel eens? Dat je zo gebiologeerd luistert naar de manier hoe iemand spreekt dat je totaal geen idee meer hebt waar het over gaat? Vanmorgen luisterde ik naar BNR. Er kwam een interview voorbij met een bijzonder hoogleraar Advocatuur. Het gesprek ging over het verdwijnen van grote advocatenkantoren. Maar toen de hoogleraar begon te praten over grote kanteuren en kleine kanteuren raakte ik de weg kwijt. Ik kon alleen nog maar luisteren naar hoe hij het woord kantoor uitsprak. En bij verkleinwoorden bleek hij het ook te doen: kanteurtjes. Het was niet helemaal de eu zoals in "gebeuren" (want dat woord gebruikte hij ook), maar een beetje tussen de oo en de eu in. En ik kreeg het gevoel dat de presentator, Bas van Werven, het gesprek zo stuurde zodat de hoogleraar heel vaak kanteuren kon gebruiken. En dat Bas, na het interview, heel even moest gniffelen.

Dr McDreamy

Stel nou dat je zomaar eens een dagje in het ziekenhuis moet doorbrengen en dat je, nou, zo ongeveer, van elf tot half vier in de eerste hulp moet zitten. En dat je dan geholpen wordt door een dokter met een beetje lang (maar niet te lang) bruin haar, oeh, en hij is lang, zo’n een meter negentig, met blauwe ogen en lippen zoals Angelina Jolie (ik weet even geen mannelijk voorbeeld). Da’s bijna de hemel. Maar dan bedenk je dat de dokter voor je moeder komt. En dat hij aan haar rug voelt en niet de jouwe. Man.

Nog geen Rokjesdag

Je kan merken dat de lente eraan komt. De heren op het werk worden wat bronstig en ze kijken reikhalzend uit naar de dag die Martin Bril zo mooi Rokjesdag noemt. Helaas voor hen valt die pas op 22 april. Dus houden de heren zich krampachtig vast aan een andere graadmeter: de snotneus van collega W., die een allergie heeft voor ongeveer alles wat groeit en bloeit en die vanmorgen triomfantelijk met rode neus, een doos tissues en een literverpakking neusspray binnenkwam. Hoera, het is lente!

Verbod op bloemen

Ik moet toegeven, na mijn ontdekking van de Tante Betsy jurken ben ik mezelf een beetje te buiten gegaan. Ik vond ze allemaal leuk en dat resulteerde in misschien wel 8 jurkjes. Bloemetjesjurkjes. En oh wat zijn ze leuk. Het eerste commentaar kreeg ik op het werk: "Goh, je hebt wel veel van die jurken, he?". Daarna mijn schoonmoeder via de Skype toen ik vroeg wat ze van mijn nieuwe jurk vond. "Maar die had je toch al?" Oei. En ook Erwin, toch dol op meisjes in jurkjes, vond het wel een beetje genoeg met de bloemen. Maar nu hebben ze er eentje met kringels in groen en paars en roze en oh oh oh wat is-ie leuk. Dus heb ik hem stiekem besteld. Want hee, kringels zijn geen bloemetjes hè.

De kok is dood

En dan gebeurt het. Bladzij 470. Dat wat je al weet vanaf het eerste hoofdstuk. Waar het hele boek naar toe werkt. En je ziet het van mijlen ver aankomen. Zo’n verrassing kan het dus niet zijn. En toch. En toch was ik van mijn stuk gebracht en moest ik even stoppen met lezen.

John Irving doet het weer. Gewoon een verhaal schrijven waarbij je zo in de familie wordt opgenomen dat het eigen wordt. En nu durf ik eigenlijk niet verder te lezen. Want ik ben doodsbang dat Danny ook dood gaat.