Maandelijks archief: april 2012

Saumon

Zalm. Vroeger een rijkeluisvis maar nu goedkoper dan kabeljauw en wie weet wel in de aanbieding bij de Albert. Er staat u dus niets in de weg om dit overheerlijke maaltje even in elkaar te flansen.

Neem per persoon een mooie mooi en marineer deze in een poeltje van 1 eetlepel olijfolie, 2 theelepels sesamolie, 2 eetlepels Japanse sojasaus, geraspte verse gember (ongeveer 5 cm) en het sap van een limoen. Een grote paksoi in repen snijden en deze in een ovenschaal leggen. Drie bosuien in stukjes van 3 cm snijden en deze bij de paksoi doen. Hier overheen wat flinterdunne schijfjes gember en een gesnipperde rode peper strooien. Zalmer op leggen en de marinade erover heen gieten. Acht minuten in de oven op 180 graden.

Niet moeilijk toch?

 

Advertenties

Best Friends Forever

Hier iiiisssss…… Ober!

Legaal laten aanbranden

Wat u moet doen om snel pesto te maken heb ik u al verteld. Maar ik maak ook wel eens paprikapesto. Lekker fris en net zo makkelijk. Het duurt alleen iets langer. Maar hee, je mag iets laten aanbranden. Legaal!

Drie rode paprika’s door midden snijden, de zaadlijsten verwijderen en met de schil naar boven in een ovenschaal leggen. Ongeveer 15 minuten onder de hele grill tot ze zwartgeblakerd zijn. De paprika’s overdoen in een plastic zak en deze dichtbinden. Hierdoor gaat de schil loszitten en kan je die er (na ongeveer 10 minuten) heel makkelijk afpellen.

Pijnboom pitjes (100 gram) en pecorino kaas (200 gram) in de foodprocessor fijnmalen en in een schaal doen. De paprika’s ook fijnmalen en bij het kaas/pitjes mengelse doen. Lekker veel witte peper en wat zout, wat fijne olijfolie en goed mengen. Pipe rigate pasta koken. Van het vuur af de pesto erdoor roeren en flink wat rucola.

Wodka en een momentje niets te doen

En zo kabbelen de dagen voort. En als je je dan eens verveelt en je hebt een fles wodka voorhanden… Nee toch, hoor ik u vol afschuw uitroepen.

Met die fles wodka (nou ja, 350 ml is genoeg). een stengel rabarber, een stukje verse gember en ongeveer 100 gram suiker schijn je heerlijke rabarber “limoncello” te kunnen maken. Dat heet natuurlijk anders, want er komt geen limoen aan te pas maar vooruit. Alles in een weckpot doen, even schudden en een weekje wegzetten op een zeer donker plekje. Niet te ver weg want de pot moet iedere dag geschud worden. Ik heb hem maar naast de kattenbrokjes gezet. Na een weekje het mengsel zeven, 350 ml water erbij en dan schijnt het erg lekker te zijn.

Ik houd u op de hoogte.

( en what are the odds… ik lees zojuist op Facebook door dat Frozen Dutch rabarber gember sorbetijs heeft gemaakt. Allemaal naar Landmarkt en Marqt om te proeven!!!)

De week van Toos

Het opstaan is het enige dat niet meevalt. Niet dat ik mijn bed niet kan uitkomen, neuh, daar heb ik nooit zo’n last van. Maar iedere ochtend grijpt het me naar de keel; de eerste gedachte iedere ochtend is :”Ik heb geen werk…”. Ieder ochtend begint met een zeurderige hoofdpijn die gelukkig wel steeds weer verdwijnt als ik kijk naar mijn “sollicitatie spreadsheet” met een overzicht van al mijn gesprekken, emails en telefoontjes met mijn netwerk.

Voor de rest van de dag, oeh, dan ben ik druk 🙂 . Maandag nog even op het werk geweest en mijn ontslagbrief getekend. Een lege kopieerpapierdoos opgezocht en mijn bezittingen erin gedaan. Mijn rolodex, mijn retro nietmachine, mijn pennen en mapjes. Dat was toch wel een raar momentje. Ik had een licht Amerikaans gevoel over me toen ik met doos en al naar de parkeergarage liep. Een soort van American working girl, maar dan zonder het working gedeelte, zeg maar.

Gisteren had ik een gesprekje met de belastingmannen om het hele zaakje even op orde te krijgen. Dat mondde uit in een heel positief gesprek van ruim twee uur en wat nog belangrijker was: het gaf me een hoop rust. Vandaag drink ik een kopje koffie met een oud-manager. Wellicht heeft hij wat ideeën of verfrissende inzichten. Zo niet, dan heb ik in ieder geval een gezellig gesprek. Morgen heb ik nog helemaal niets. Maar ik moet nodig een rondje Sloterplas lopen. Bovendien moeten er dan wel weer eens boodschappen gedaan worden en moet ik natuurlijk ook nadenken wat voor eet experiment ik dan weer eens op de mannen zal loslaten. Ha! Ze zullen weten dat ik zat tijd heb om te koken!

En vrijdag ga ik ’s morgens lekker koffie drinken bij mijn zuster. Even haar nieuwe kippetjes bekijken. En dan ’s middags naar de kapper. Want hee, mijn haar moet natuurlijk wel sollicitatie-klaar zijn 🙂

Schellepies

We stonden nonchalant tegen een omgekeerd sherryvat geleund in El Rinconcillo, naar zeggen de oudste tapasbar in Sevilla. Het was beredruk, want eerste paasdag. En naar goed gebruik trekken de Sevillanen dan hun mooiste kleren aan en begeven zich en masse naar de dichtstbijzijnde bar om van tapas en sherry te genieten. Zien eten doet eten dus ik zocht de kaart af naar iets spannends en bestelde een bordje coquinas bij de norse ober in zwart/wit. “Was da?” zei Erwin. Ik haalde mijn schouders op. Geen idee. Maar vies zou het vast niet zijn. De camarero kwam aangesneld met een bordje met wat wij in goed Nederlands vongole noemden. En vijf minuten later was het op. Heerlijk.

Gisteren reed ik even naar Landmarkt. Ik moest rabarber hebben en wilde mijn kaasvoorraad aanvullen. Bij de visafdeling viel mij oog op een zakje vongoles. Met een fijn brood van Le Perron en een stukje Comte Rivoire zou dat een prima maaltje zijn.

Heel simpel hoor: het brood snijd u in niet te dikke plakken en de kaas met de korstjes eraf serveert u op een mooi bordje. De schelpjes nemen iets meer tijd in beslag: twee sjalotjes en vier teentjes knoflook snipperen en even fruiten. De vongoles erbij in de pan en omschudden. Glas wijn erbij en kort koken tot de schelpjes open zijn. Een kind kan de was doen. Maar ik heb geen idee hoe je dat in het Spaans zegt.